“Zet Murakami in je titel en je hebt gegarandeerd de aandacht.” We lieten het ons geen twee keer zeggen. We hadden een gesprek met de Vlaamse vertaler van Japans meest gehypete romancier en vroegen hem naar de eigenaardigheden van het Japans, de kunst van het literaire vertalen en Murakami’s onnavolgbare stijl.

Als doorgewinterde Japanoloog is de link tussen Luk Van Haute en Yamagata Europe niet ver te zoeken. Luk deed in de jaren negentig nogal wat technisch vertaalwerk vanuit het Japans en de paden met Yamagata kruisten elkaar geregeld. Toch heeft hij vooral veel literaire pijlen op zijn boog zitten. Luk behaalde een doctoraat over het werk van de Nobelprijswinnaar literatuur Kenzaburo Oe en was de laatste jaren vooral actief als literair vertaler voor verschillende auteurs, onder meer voor publiekslieveling Haruki Murakami.

Verder kennen we Luk vooral als specialist van de Japanse film en hij verzorgt onder andere de inleidingen van het Japan Square Filmfestival, waarvan Yamagata Europe een trotse sponsor is.

Luk Van Haute op Japan Square

Luk, wat heeft jou ertoe aangezet om Japans te studeren?

Dat was eerder een onbezonnen keuze. Mijn interesse lag bij taal, en ik wilde een zo ‘vreemd’ mogelijke taal studeren. In de jaren tachtig was Japans echt nog iets exotisch. De studierichting japanologie was toen echter nog vooral gericht op het boeddhisme, waar ik niets mee had. Maar toen ik via een studiebeurs van de Japanse overheid aan de Universiteit van Tokio mocht gaan studeren (vakgroep Vergelijkende Cultuur en Literatuur), braken er wel leuke tijden aan. Ik ben ook nog na mijn studietijd in Japan gebleven en werkte er voor een filmproductiebedrijf. Voor ik het wist, had ik zes jaar in het land doorgebracht.

Wat zijn de typische moeilijkheden van het Japans waar je als westerling tegenaan loopt?

Als je Japans begint te studeren moet je van nul beginnen. Je hebt totaal geen referentiepunt. Het schrift is natuurlijk ook een serieuze hindernis. Het is zeer complex en neemt nogal veel van je studietijd in beslag, te veel eigenlijk.

Verder is Japans ook heel ambigu. Grammaticaal heb je weinig aanknopingspunten. Er is geen enkelvoud of meervoud, er zijn geen lidwoorden, en de werkwoordvervoegingen zijn eerder beperkt. Er is dus veel ruimte voor interpretatie. ‘Een vogel in een boom’ kan even goed ‘meerdere vogels in meerdere bomen’ zijn. Misschien heeft die ambiguïteit wel te maken met de typisch Japanse gereserveerdheid. Als vertaler is dit best wel een uitdaging. Neem nu de titel van Murakami’s laatste roman ‘De moord op Commendatore, deel 1: Een idea verschijnt.’ Die ‘een idea’, dat is eigenlijk de interpretatie van de vertaler. Idem met deel 2 van dat boek, getiteld ‘Metaforen verschuiven’. Dat had net zo goed ‘de metafoor’ kunnen zijn.

Is die ambiguïteit ook niet precies de aantrekkingskracht van literair vertalen?

Het is inderdaad helemaal iets anders dan technisch vertalen. Dat heb ik trouwens ook veel gedaan toen ik na zes jaar Japan terugkeerde naar België. Maar uiteindelijk ben ik toch teruggekeerd naar mijn oude liefde, literair vertalen. Bij technische vertalingen moet alles eenduidig zijn. Bij literaire vertalingen daarentegen is je eigen inbreng zeer belangrijk. Daarom moet je zelf eigenlijk ook een goed schrijver zijn. Een literair vertaler moet altijd een balans vinden tussen het behoud van de oorspronkelijke tekst en een eigen schrijfstijl. Maar het is wel belangrijk dat je bescheiden blijft en de eigenheid van de originele auteur respecteert.

Een literair vertaler is een acteur.

Ik vergelijk een literair vertaler graag met een acteur die een personage speelt. James Bond werd door verschillende acteurs vertolkt en het was telkens anders. Of vergelijk het met een partituur die door verschillende pianisten wordt gespeeld. De noten op het papier zijn steeds hetzelfde, maar een goede of een slechte pianist maakt een wereld van verschil.

Acteurs krijgen doorgaans veel aandacht bij het verschijnen van een nieuwe film. Vertalers daarentegen…

De appreciatie voor literaire vertalers is op zijn zachtst gezegd matig. Mensen onderschatten het enorm. Een vertaler van een roman kan eigenlijk nooit winnen. Als het een slechte tekst is, dan is het meestal de schuld van de vertaler. Is het een goede tekst, dan wordt de originele auteur geprezen.

Literair vertalen lijkt ons echt wel een trage ambacht, in tegenstelling tot technische vertalingen, waar machinevertaling telkens de limieten van de productiviteit verlegt.

Ik maakte zo’n 10 jaar geleden de overstap van technisch naar literair vertalen, en sindsdien is er inderdaad veel veranderd op technologisch vlak. Misschien is literatuur wel het laatste terrein waar vertaaltechnologie nog geen vat op heeft, net omdat je zoveel moet interpreteren. Hoewel… er is al geëxperimenteerd met literaire machinevertaling, geloof ik.

Murakami is iemand met heel wat star quality. Is het motiverend om te vertalen voor zo’n auteur?

Uiteraard, Murakami is hot, hé. Zet het woord Murakami in je titel en je artikel zal gegarandeerd gelezen worden. En dan heb ik het nog niet gehad over de financiële kant van de zaak. Vertalers worden doorgaans betaald per woord, maar kunnen ook royalties krijgen. Meestal krijg je die maar als je een zekere oplage haalt. In tegenstelling tot vele andere Japanse auteurs haalt Murakami die oplage wel.

Maar ik haal ook heel veel creatieve voldoening uit het vertalen van zo’n werk. Murakami heeft een heel eigen, heel ironische stijl. Het is soms heel lang en minutieus schaven aan een tekst, maar het is heel leuk werk. En ja, soms heb je wel eens contact met de auteur als je vastloopt met je vertaling, maar dat gebeurt bij Murakami nu ook weer niet al te vaak. Hij staat wel open voor contact, maar hij heeft heel veel vertalers natuurlijk. Auteurs zijn best wel bekommerd om de kwaliteit van hun vertaling. Als literair vertaler bijdragen aan die kwaliteit is dan ook heel bevredigend.

Je hebt er recent de vertaling van Murakami’s lijvige nieuwe roman op zitten. Wat brengt de toekomst?

Even geen literaire vertalingen. Momenteel wil ik me toeleggen op het schrijven van een non-fictie boek voor Uitgeverij Lannoo, gebaseerd op ervaringen, belevenissen en ontmoetingen in Japan. Dat zal in de loop van volgend jaar verschijnen. Ik wil in dat boek graag enkele clichés over Japan nuanceren.

Ik merk trouwens dat de toenemende populariteit van de Japanse cultuur meer en meer mensen naar Japanse studies lokt. Dat kunnen we uiteraard alleen maar toejuichen.